Besluit van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden houdende regels omtrent Regeling paraatheidsdiensten RDOG HM 2016

Publicatiedatum:
vrijdag 15 maart 2019
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden houdende regels omtrent Regeling paraatheidsdiensten RDOG HM 2016

[Deze bekendmaking is slechts een tekstplaatsing. De oorspronkelijke bekendmaking is op 24 mei 2017 beschikbaar via Blad gemeenschappelijke regeling 2017, 284].

 

Het dagelijks bestuur van de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden (RDOG HM);

 

Overwegende dat:

 

  • -

    door ons bestuur op basis van het ter zake gestelde in het sociaal plan, zoals dat is vastgesteld in het kader van de vorming van de RDOG HM, te rekenen met ingang van 1 januari 2006 zorg dient te worden gedragen voor de opstelling van een paraatheidsregeling;

  • -

    de pandemieregeling zoals door ons vastgesteld in onze vergadering van 17 november 2011, gelet op haar inhoud en karakter deel dient uit te maken van onderhavige regeling;

  • -

    onderhavige regeling redactioneel moet worden aangepast als gevolg van de invoering van een nieuw hoofdstuk 3 AVR RDOG HM per 1 januari 2016 in samenhang met het gestelde in de LOGA circulaire van 5 juni 2015 met kenmerk U201500965;

  • -

    vanuit pragmatisch oogpunt wordt voorgestaan onderhavige regeling zoals geldend per 1 januari 2006, vastgesteld door ons bestuur in de vergadering van 6 maart 2008 en nadien gewijzigd, in zijn geheel opnieuw vast te stellen;

 

gezien de verkregen instemming van het georganiseerd overleg d.d. 28 oktober 2015.

 

BESLUIT

 

Te rekenen met ingang van 1 januari 2016 vast te stellen de navolgende

 

”Regeling paraatheidsdiensten”

 

 

Begripsomschrijving

Artikel 1  

  • 1.

    Onder AVR wordt verstaan: de Arbeidsvoorwaardenregeling RDOG HM.

  •  

  • 2.

    Onder medewerker in de zin van deze regeling wordt verstaan de ambtenaar die is aangesteld als bedoeld in artikel 1:1, lid 1 onder letter a, van de AVR.

  •  

  • 3.

    Onder paraatheidsdienst wordt verstaan de verplichting van de betrokken medewerker om zich, ingevolge een schriftelijke aanwijzing van het dagelijks bestuur, regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar te houden om bij een oproep arbeid te gaan verrichten. De paraatheidsdiensten worden verricht binnen de volgende tijdvakken:

     

    • -

      maandag tot en met vrijdag: telkens vanaf 17.00 uur ‘s middags tot 8.30 uur ’s ochtends

    • -

      zaterdag, zondag en feestdagen: telkens vanaf 8.30 uur ’s ochtends tot 8.30 uur ’s ochtends op de daarop volgende dag.

  •  

  • 4.

    Met bereikbaarheid wordt bedoeld dat de medewerker bereikbaar is voor overleg en consult.

  •  

  • 5.

    Met beschikbaarheid wordt bedoeld dat de medewerker naast bereikbaar ook daadwerkelijk, op oproep, werkzaamheden moet gaan verrichten.

  •  

  • 6.

    Oder dagelijks bestuur wordt verstaan: het dagelijks bestuur van de RDOG HM.

  •  

  • 7.

    Betrokken medewerkers bij paraatheidsdiensten als bedoeld in artikel 3, van deze regeling dienen ingeschreven te staan in de van toepassing zijnde registers.

     

Instelling

Artikel 2  

  • 1a.

    Voor zover de belangen van de dienst zich hiertegen niet verzetten kan de medewerker voor meer dan één paraatheidsdienst worden aangewezen. Hierbij wordt de regelgeving zoals vastgelegd in de Arbeidstijdenwet, als uitgangspunt gehanteerd.

  •  

  • 1b.

    De medewerker kan maximaal worden belast met het gelijktijdig verrichten van twee paraatheidsdiensten.

  •  

  • 2.

    De medewerker die de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt kan op eigen verzoek worden ontheven van het verrichten van de paraatheidsdienst als bedoeld in artikel 3, onder 2.1 (voor zover dit de voorwachtfunctie betreft).

  •  

  • 3.

    Met de medewerker worden eerder gemaakte schriftelijke afspraken ten aanzien van het ontheven zijn van het deelnemen aan paraatheidsdiensten gerespecteerd.

  •  

  • 4.

    Het werk van een zwangere medewerker die is aangewezen voor het verrichten van paraatheidsdiensten wordt zodanig ingericht, dat er rekening gehouden wordt met haar specifieke omstandigheden.

  •  

  • 5.

    Voor de personele invulling van de in artikel 3 genoemde paraatheidsdiensten geldt dat, met uitzondering van de paraatheidsdienst als aangegeven bij artikel 3, onder 2.1, de medewerker naar rato van de omvang van de aanstelling wordt belast met een paraatheidsdienst.

  •  

  • 6.

    De medewerker die voor de paraatheidsdienst is aangewezen als bedoeld in het derde lid van artikel 1 wordt een vergoeding toegekend.

  •  

  • 7.

    De medewerker kan het dagelijks bestuur op basis van zwaarwegende argumenten op sociaal medisch gebied verzoeken te worden ontheven van deelname aan het verrichten van paraatheidsdiensten. Ontheffing van het verrichten van paraatheidsdiensten als bedoeld in de vorige volzin kan alleen door het dagelijks bestuur worden verleend nadat hierover het advies van de bedrijfsarts is ingewonnen.

  •  

  • 8.

    Het dagelijks bestuur biedt mogelijkheden in het kader van de paraatheidsdiensten voor deskundigheidsbevordering en bijscholing van de medewerker.

  •  

  • 9.

    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor adequate hulpmiddelen om de werkzaamheden binnen de hulpmiddel gebonden paraatheidsdienst naar behoren te kunnen verrichten.

  •  

  • 10.

    Uitgangspunt bij het verrichten van paraatheidsdiensten is dat de medewerker de beschikking heeft over eigen vervoer.

 

Soorten paraatheidsdiensten

Artikel 3  

Bij de RDOG HM worden de volgende paraatheidsdiensten onderscheiden:

 

  • 1.

    RDOG HM

    De directie

    Bij calamiteiten dient er een continue bereikbaarheid van de directie RDOG HM te zijn.

 

  • 2.

    Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hollands Midden (GGD HM)

  • 2.1

    De forensische dienst

    Deze paraatheidsdienst wordt conform contract in opdracht van politie en justitie uitgevoerd. Daarnaast worden in opdracht van de regiogemeenten medewerkers aangewezen om werkzaamheden te verrichten als gemeentelijk lijkschouwer. Binnen de forensische paraatheidsdienst wordt een voorwacht en een achterwacht onderscheiden.

 

  • 2.2

    De infectieziektebestrijding

    Deze paraatheidsdienst wordt conform de infectieziektewet uitgevoerd. Daarnaast stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg eisen aan de erkenning van Gezondheidsdiensten voor de infectieziektebestrijding. Dit betreft zowel eisen ten aanzien van de deskundigheid als ten aanzien van de paraatheid met betrekking tot de behandeling van de in de wet genoemde infectieziekten.

 

  • 2.3

    Pandemie

    Het dagelijks bestuur besluit ten tijde van een (dreigende) pandemie of soortgelijke situatie op welke artsen en/of verpleegkundigen deze paraatheidsdienst van toepassing is.

 

  • 2.4

    Maatschappelijke Zorg en Veilig Thuis

    Veilig Thuisorganisaties zijn wettelijk verplicht om 7 dagen per week 24 uur bereikbaar en beschikbaar te zijn om in spoedeisende situaties alle wettelijke taken van Veilig Thuis uit te voeren. In verband met de personele inzet die deze bereikbaarheid en beschikbaarheid vraagt wordt deze bereikbaarheid en beschikbaarheid buiten kantoortijden, zijnde de tijdvakken zoals genoemd in artikel 1 lid 3 van deze regeling, gezamenlijk georganiseerd met Rosa Manus (Vrouwenopvang) Veilig Thuis Haaglanden en Veilig Thuis Zuid-Holland Zuid.

 

  • 3.

    Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)

    De GHOR is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. De paraatheidsdiensten vinden hun basis in de Wet Veiligheidsregio’s en de ingevolge deze wet getroffen uitvoeringsbesluiten. Deze paraatheidsdiensten behelzen díe medewerkers welke bij de RDOG HM zijn belast met de leiding, coördinatie en uitvoering van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.

 

  • 3.1

    Operationeel Directeur Publieke Gezondheid

    De ODPG is belast met de operationele leiding van de Geneeskundige hulpverlening en adviseert op strategisch niveau als lid van het Beleidsteam de betrokken burgemeester(s) aangaande het beleid ten aanzien van de GHOR.

 

  • 3.2

    Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg (ACGZ)

    De ACGZ geeft functioneel leiding aan de sectie geneeskundige zorg en is verantwoordelijk voor het inrichten en uitvoeren van het besluitvormingsproces gericht op de multidisciplinaire samenwerking.

 

  • 3.3

    Hoofd Informatie Geneeskundige Zorg (HIN-GZ)

    Het HIN is verantwoordelijk voor het verwerven, verwerken, veredelen en verstrekken van informatie met betrekking tot de geneeskundige zorg. Tevens levert het HIN informatie ten behoeve van de beeld-, oordeels- en besluitvorming binnen de multidisciplinaire samenwerking.

 

  • 3.4

    Hoofd Ondersteuning Geneeskundige Zorg (HON-GZ)

    Het HON is verantwoordelijk voor het coördineren van de personele en facilitaire voorzieningen m.b.t. de Geneeskundige Zorg en het organiseren van de personele en facilitaire voorziening t.b.v. de beeld-, oordeels- en besluitvorming.

     

Rooster

Artikel 4  

  • 1.

    Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat er een rooster wordt opgesteld met betrekking tot de personele invulling van de in artikel 3 genoemde paraatheidsdiensten.

 

  • 2.

    Het rooster van de paraatheidsdiensten wordt opgesteld met inachtneming van hoofdstuk 4 van de AVR.

 

  • 3.

    De medewerker, aan wie op basis van artikel 6:5 van de AVR ouderschapsverlof is toegekend, wordt naar rato van de formele arbeidsduur per week, die resteert na aftrek van het ouderschapsverlof, belast met een paraatheidsdienst.

     

  • 4.

    Roostervrijstelling dient, behoudens in gevallen van overmacht, tenminste vier weken voor het opstellen van het rooster bij de manager te worden aangevraagd.

     

Vergoeding

Artikel 5  

  • 1.

    De paraatheidsdiensten zoals omschreven in artikel 3 van deze regeling worden vergoed conform bijlage 1 bij deze regeling. De hoogte van de vergoeding wordt, indien en voor zover van toepassing, geregeld in artikel 40:1:1:1 en 3:18 van de AVR.

 

  • 2.

    Wanneer er op basis van bijlage 1 van deze regeling aanspraak kan worden gemaakt op een toelage overwerkvergoeding, is artikel 3:18 van de AVR van overeenkomstige toepassing met uitsluiting van het gestelde in lid 6 van dat artikel.

  • 3.

    De in de artikel 40:1:1:1 van de AVR genoemde bedragen worden in dezelfde mate herzien als de salarissen van het gemeentepersoneel, indien en voor zover die herziening een algemeen karakter heeft.

 

  • 4.

    De vergoedingsbedragen zoals omschreven in artikel 40:1:1:1 lid 1 en 2, worden na herziening afgerond op hele euro’s met dien verstande dat bedragen met 1 tot 49 eurocent naar beneden worden afgerond en bedragen met 50 tot en met 99 eurocent naar boven worden afgerond.

 

  • 5.

    De vergoedingsbedragen zoals omschreven in artikel 40:1:1:1 lid 3, 4 en 5 van de AVR worden na herziening afgerond op hele of halve euro’s met dien verstande dat:

    • -

      1 t/m 24 eurocent naar beneden wordt afgerond op hele euro's;

    • -

      75 t/m 90 eurocent naar boven wordt afgerond op hele euro's;

    • -

      25 t/m 49 eurocent naar boven wordt afgerond op halve euro's;

    • -

      51 t/m 74 eurocent naar beneden wordt afgerond op halve euro's.

 

  • 6.

    Voor de herziening van de vergoedingsbedragen zoals omschreven in artikel 40:1:1:1, wordt uitgegaan van de voor-afgeronde vergoedingsbedragen.

 

  • 7.

    Bij samenloop van meerdere door de medewerker te verrichten paraatheidsdiensten heeft de medewerker recht op de vergoedingen zoals deze voor deze paraatheidsdiensten zijn vastgesteld.

 

  • 8.

    Indien de paraatheidsdienst een regelmatig karakter heeft, kan het dagelijks bestuur de vergoeding herleiden tot een maandelijks, bij wijze van voorschot, uit te betalen bedrag.

 

  • 9.

    Gedurende de paraatheidsdienst gemaakte reiskosten worden vergoed overeenkomstig artikel 40:1:1:3 van de AVR.

     

Verlof

Artikel 6  

  • 1.

    De medewerker met een voltijds dienstverband die gedurende een aaneengesloten periode van een jaar belast is met paraatheidsdienst heeft overeenkomstig artikel 6:2:1:2 van de AVR aanspraak op 14,4 uur extra verlof, tenzij deze paraatheidsdienst inherent is aan de functie.

  •  

  • 2.

    Bij een parttime betrekking wordt dit verlof naar rato toegekend.

  •  

  • 3.

    De medewerker die gedurende een aaneengesloten periode van een jaar belast is met de paraatheidsdienst aangegeven bij artikel 3, lid 2.1 heeft overeenkomstig artikel 6:2:1:2 van de AVR aanspraak op 14,4 uur extra verlof.

  •  

  • 4

    Wanneer de medewerker uit hoofde van zijn te vervullen functie op basis van artikel 6:2:1:2 van de AVR al in aanmerking komt voor extra verlofuren in verband met het verrichten van werkzaamheden op onregelmatige tijden komt hij niet in aanmerking voor extra verlofuren als gevolg van het verrichten van een paraatheidsdienst.

     

 

Slotbepaling

Artikel 7  

  • 1.

    Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling paraatheidsdiensten RDOG HM 2016.

 

  • 2.

    Deze regeling treedt, onder gelijktijdige intrekking van de per 1 januari 2006 geldende regeling Paraatheidsdiensten RDOG HM, in werking te rekenen met ingang van 1 januari 2016.

     

Aldus vastgesteld in onze vergadering d.d. 19 november 2015.

Het dagelijks bestuur van de RDOG HM,

De voorzitter,

De secretaris,

Bijlage 1 bij artikel 5 (Vergoeding) Regeling Paraatheidsdiensten RDOG HM

Artikel 3

Soort Paraatheidsdienst

vergoeding paraatheid

Vergoeding bij inzet

1.

Directie RDOG HM

-

-

2.1

Forensische Dienst (voorwacht)

40:1:1:1 lid 2

40:1:1:1 lid 3

 

Forensische Dienst (achterwacht)

40:1:1:1 lid 1

40:1:1:1 lid 4

2.2

Infectieziektebestrijding

40:1:1:1 lid 1

40:1:1:1 lid 4

2.3

Pandemie

40:1:1:1 lid 1

40:1:1:1 lid 4 (artsen)

40:1:1:1 lid 5 (verpleegkundigen)

2.4

Veilig Thuis

40:1:1:1 lid 1

3:18 (vergoeding overwerk)

3.1

Operationeel Directeur Publieke Gezondheid

40:1:1:1 lid 1

3:18 (vergoeding overwerk)

3.2

Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg

40:1:1:1 lid 1

3:18 (vergoeding overwerk)

3.3

Hoofd Informatie Geneeskundige Zorg

40:1:1:1 lid 1

3:18 (vergoeding overwerk)

3.4

Hoofd Ondersteuning Geneeskundige Zorg

40:1:1:1 lid 1

3:18 (vergoeding overwerk)

Bijlage 2 Toelichting op de Regeling paraatheidsdiensten RDOG HM.

 

Algemeen

Vanuit de totale taakstelling van de RDOG HM alsmede voortvloeiend uit wettelijke verplichtingen dient voor een aantal functies een 24-uurs paraatheid te zijn georganiseerd.

De aard van de paraatheid en de mate van bereikbaarheid en beschikbaarheid van de daarbij betrokken functionarissen wordt sterk bepaald door de reden waarom deze paraatheid noodzakelijk wordt geacht.

 

Uitgangspunten voor de regeling:

  • -

    Paraatheidsdiensten moeten worden uitgevoerd buiten de reguliere werktijden. Dit betekent in principe een extra ongemak. De medewerker is tijdens deze dienst niet in staat zijn vrije tijd volledig naar eigen inzicht te besteden.

  • -

    Dit extra ongemak wordt gecompenseerd door een vergoeding in geld. Hoe beperkter de medewerker tijdens de paraatheidsdienst in zijn bewegingsvrijheid is hoe hoger de vergoeding in geld.

  • -

    Werkzaamheden die worden verricht tijdens de paraatheidsdienst komen in principe in aanmerking voor een vergoeding.

 

 

Artikelsgewijze toelichting

Begripsomschrijving

 

Ad artikel 1

Dit artikel opent de mogelijkheid om een vergoeding toe te kennen aan de medewerker in verband met bereikbaarheid buiten (reguliere) werktijden. Om bereikbaar en beschikbaar te zijn moet de medewerker een bepaalde mate van bewegingsvrijheid missen. Voor dit ongemak wordt een vergoeding toegekend.

In artikel 40:1:1:1 van de AVR zijn de vergoedingsbedragen opgenomen waarvoor de medewerker in aanmerking komt bij het verrichten van paraatheidsdiensten (de vergoeding voor de beschikbaarheid) alsmede de (verrichtingen)vergoedingen waarvoor de medewerker in aanmerking komt bij het verrichten van de forensische paraatheidsdienst.

 

Medewerkers die voor paraatheidsdiensten worden ingezet als bedoeld in artikel 3, onder 2:1, 2:2 en 2:3 dienen in te zijn ingeschreven in het register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (de Wet BIG) met bij voorkeur een specifiek op de paraatheid afgestemde deskundigheid. Medewerkers die voor paraatheidsdiensten ingezet als bedoeld in artikel 3, onder 2:4 dienen ingeschreven te staan in het Jeugdzorgregister.

Deze eis is opgenomen als kwalitatieve waarborg van de door de medewerker, tijdens de paraatheidsdienst, te verrichten werkzaamheden. In het geval de medewerker niet aan bovengenoemde eis voldoet kan een tijdelijke ontheffing worden verleend door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur zal gedurende de periode van de ontheffing de medewerker de mogelijkheden bieden om toch aan deze eis te kunnen voldoen.

 

De werkzaamheden binnen de paraatheidsdiensten die wettelijk zijn vastgelegd, worden dusdanig uitgevoerd. Betreffende de overige werkzaamheden is de Wet BIG en betreffende beroepscodes van toepassing.

 

De functie van achterwacht dient zo mogelijk ingevuld te worden door een arts die is ingeschreven in het register van de Wet BIG met een specifiek op de paraatheid afgestemde deskundigheid. De vergoedingssystematiek, zoals deze is beschreven in artikel 40:1:1:1 van de AVR, is ook van toepassing op de medewerker die als achterwacht fungeert voor een paraatheidsdienst.

 

 

Instelling

 

Ad artikel 2 lid 1

Om de belasting voor de medewerker zo laag mogelijk te houden kan het dagelijks bestuur een medewerker aanwijzen voor het gelijktijdig verrichten van meer paraatheidsdiensten. Uitgangspunt is dat de medewerker kan worden aangewezen voor het gelijktijdig verrichten van maximaal twee paraatheidsdiensten. Wanneer de medewerker wordt aangewezen voor het gelijktijdig verrichten van meerdere paraatheidsdiensten dan ontvangt hij hiervoor de vergoeding zoals deze voor de afzonderlijke paraatheidsdiensten is vastgesteld.

 

Het dagelijks bestuur wijst die paraatheidsdiensten aan die gelijktijdig door de medewerker kunnen worden verricht.

 

De medewerker is verplicht deel te nemen aan de paraatheidsdienst waarvoor hij is aangewezen en al de werkzaamheden te verrichten welke voortvloeien uit de aard van de paraatheidsdienst.

 

Ad artikel 2 lid 2

Gelet op de zwaarte van de paraatheidsdiensten zoals aangegeven bij artikel 3, onder 2.1 (voor zover dit de voorwachtfunctie betreft) behoeft de medewerker deze paraatheidsdiensten niet meer te verrichten bij en na het bereiken van de 55-jarige leeftijd tenzij de medewerker aangeeft tegen het verrichten van deze paraatheidsdiensten geen bezwaar te hebben.

 

Ad artikel 2 lid 4

Er geldt een vrijstelling van paraatheid vanaf de zesde maand van zwangerschap tot en met zes maanden na de bevalling. In ieder geval is dit gezien de zwaarte van de functie mogelijk voor de forensische voorwacht.

 

Ad artikel 2 lid 5

Voor het behouden van voldoende expertise (en registratie als forensisch arts) bedraagt het aantal diensten per forensisch arts minimaal 4 per maand, waarbij een 24-uurs weekenddienst als twee diensten wordt aangemerkt.

 

Ad artikel 2, lid 7

Op medische gronden kan de medewerker worden ontheven van de verplichting om (bepaalde) paraatheidsdiensten te verrichten. Het advies van de bedrijfsarts wordt hierbij betrokken. Deze ontheffing kan ook, gelet op de door de medewerker aangegeven reden voor de ontheffing, van tijdelijke aard zijn.

 

Ad artikel 2 lid 8

In het kader van de paraatheidsdiensten dienen de medewerkers over de juiste kennis en vaardigheden te beschikken. Hiervoor wordt verwezen naar de wettelijke eisen zoals deze onder andere worden gesteld in de Wet BIG. De werkgever biedt de medewerker de mogelijkheden en de medewerker moet bereid zijn hierin bijgeschoold te worden.

 

Ad artikel 2 lid 9

Onder hulpmiddel gebonden paraatheid wordt verstaan dat de betrokken medewerker niet huisgebonden, maar bereikbaar dient te zijn via semafoon en/of een mobiele telefoon. Door de werkgever worden voor het verrichten van de paraatheidsdienst hulpmiddelen beschikbaar gesteld.

 

Ad artikel 2 lid 10

De medewerker die belast is met het verrichten van paraatheidsdiensten als bedoeld in artikel 3, onder 1 en 2, dient in principe de beschikking te hebben over een eigen motorvoertuig.

Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als dit een goede uitoefening van taken in de weg staat, omdat er niet voldaan kan worden aan de verplichte opkomsttijd en/of als de herkenbaarheid van de auto noodzakelijk is.

 

Soorten paraatheidsdiensten

 

Ad artikel 3 onder 2.1 De forensische dienst GGD

De forensische dienst is één van de op zich genomen taken van de GGD; het betreft een deel van de openbare gezondheidszorg, dat door artsen moet worden uitgevoerd en staat borg voor een 7 x 24 –uur bereikbaarheid en beschikbaarheid voor forensische geneeskundigen. Deze taak wordt uitgevoerd in opdracht van het politiekorps Hollands Midden conform de dienstverleningsovereenkomst Forensische Geneeskunde. Het betreft een hulpmiddelgebonden paraatheidsdienst. De manager Forensische Geneeskunde stemt de inzet van de forensisch arts af met de managers waaronder de artsen vallen. Op kwalitatieve gronden en in overleg met de politie/justitie is overeengekomen dat de dienstdoende arts binnen één kwartier na een oproep telefonisch contact opneemt met degene die de oproep heeft verricht. De medewerker dient binnen één uur na ontvangst van de melding op elke gewenste c.q. noodzakelijke locatie in de regio aanwezig te zijn.

 

De regio Hollands Midden is voor de vervulling van deze paraatheidsdienst verdeeld in twee subregio’s:

  • 1.

    De subregio Midden-Holland.

  • 2.

    De subregio Zuid Holland Noord (Leiden e/o, Duin en Bollenstreek en Rijn en Venen).

 

Per subregio is één voorwacht beschikbaar. Voor de gehele regio is één achterwacht beschikbaar.

 

Forensische voorwacht

Bij de forensische voorwacht dient de aangewezen medewerker binnen een kwartier na een oproep telefonisch contact op te nemen met degene die de oproep heeft verricht. De aangewezen medewerker dient binnen één uur na oproep ter plaatse te zijn om taken uit te voeren.

 

Forensische achterwacht

Medewerkers in de achterwacht hebben een bereikbaarheidsdienst waarbij inhoudelijke ondersteuning gegeven wordt aan de voorwacht. Alleen bij calamiteiten, vervanging van zieken of bij het inwerken van nieuwe collega’s kan het voorkomen dat de achterwacht forensische dienst daadwerkelijk in actie moet komen.

 

Ad artikel 3 onder 2:3

De pandemieregeling wordt van toepassing verklaard na een expliciet besluit van het dagelijks bestuur, op advies van de directie van de RDOG Hollands Midden.

 

Aanleiding voor de inwerkingtreding zal de verwachting zijn dat een deel van de verpleegkundigen of artsen van de RDOG Hollands Midden gedurende enige tijd regelmatig zal worden ingezet buiten kantooruren (de feitelijke arbeidsduur) vanwege een (dreigende) pandemie of soortgelijke situatie.

 

De ‘vergoedingsregeling pandemie of vergelijkbare situatie’ treedt in werking na een besluit daartoe door het dagelijks bestuur. Deze bevoegdheid is door het dagelijks bestuur gemandateerd aan de directie van de RDOG Hollands Midden.

De directie van de RDOG Hollands Midden besluit op voordracht van de sectormanager op welke verpleegkundige en arts de regeling van toepassing is. Desbetreffende medewerkers vernemen van de leidinggevende dat de regeling op hen van toepassing is indien zij buiten kantooruren worden ingezet. Tegelijkertijd wordt de wijze van registratie aan hen bekend gemaakt.

In overleg met het sectormanagement wordt besloten vanaf welke datum de regeling niet meer van toepassing is. Het besluit wordt gecommuniceerd naar de betreffende medewerkers.

 

Rooster

Ad artikel 4, lid 1

Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat er een rooster wordt opgesteld met betrekking tot de personele invulling van de in artikel 3 genoemde paraatheidsdiensten met dien verstande dat de medewerker enige zeggenschap heeft over de feitelijke invulling van het rooster.

 

Ad artikel 4, lid 2

Het rooster van de paraatheidsdiensten wordt opgesteld binnen het kader van de Arbeidstijdenwet met inachtneming van hoofdstuk 4 van de AVR.

 

Ad artikel 4, lid 4

Roostervrijstelling dient, behoudens in gevallen van overmacht, tenminste vier weken voor het opstellen van het rooster bij de manager te worden aangevraagd. Met dien verstande dat onderling ruilen van diensten, indien vooraf overeengekomen, mogelijk is.

 

Vergoeding

Ad artikel 5 lid.1 en de vergoedingentabel zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regeling

De hoogte van de vergoeding van de paraatheidsdiensten is gerelateerd aan de mate van bewegingsvrijheid van de medewerker, evenals de frequentie met betrekking tot de daadwerkelijke inzet van de medewerker om gedurende de paraatheidsdienst werkzaamheden te gaan verrichten. Tevens is hierin de fysieke en emotionele belasting meegenomen.

De vergoeding voor paraatheid bestaat uit twee onderdelen nl.

  • -

    Paraatheidsvergoeding

  • -

    Overwerkvergoeding dan wel verrichtingenvergoeding

 

Welke vergoeding(en) zijn gekoppeld aan welke paraatheden en/of verrichtingen is te vinden in de tabel in bijlage 1 van de Paraatheidregeling. De hoogte van de paraatheids- en verrichtingenvergoedingen staan vermeld in artikel 40:1:1:1 van de AVR.

De medewerker die wordt ingezet tijdens een paraatheidsdienst als bedoel in artikel 2:3 ontvangt een bruto-vergoeding per uur.

 

Ad artikel 5 lid 10

Dit artikellid regelt de vergoeding bij het door de medewerker gelijktijdig verrichten van meerdere paraatheidsdiensten (zie ook de toelichting op artikel 2, lid1).

 

Verlof

Ad artikel 6 lid 1

Aanspraak op extra verlof geldt niet voor de directie en de RGF omdat deze paraatheidsdienst inherent is aan de functie.

 

Ad artikel 6 lid 3

Wanneer een medewerker wordt aangewezen voor het gelijktijdig verrichten van meer paraatheidsdiensten wordt dit voor de normstelling voor het aantal (extra) verlofuren beschouwd als het verrichten van één paraatheidsdienst.

Ga naar het begin